donderdag 13 februari 2014

Een hoofd en twee nauwe verwanten...

Tja, ik had even behoefte aan wat afleiding... Hieronder een eerste aanzet. Het deel theorie (waar het natuurlijk om gaat bevat alleen nog wat gedachtes over te behandelen concepten, waarvan de hoofdvraag verwoord is in de tekening.

Inleiding

CTO (Creatieve Therapie Opleiding) is een HBO opleiding binnen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Creatieve en psychomotorische therapeuten kunnen aan de slag binnen maar ook buiten de vele zorg- of maatschappelijke instellingen. Ze behandelen cliënten met psychische, psychosociale problemen en/of handicaps. De creatief therapeut specialiseert zich in het gebruik van drama, muziek, of beeldend vormen. De psychomotorisch therapeut maakt gebruik van bewegings-en lichaamsgerichte werkvormen.

De visie op onderwijs is als volgt verwoord: “Onze overtuiging is dat een krachtige leeromgeving - op basis van sociaal-constructivistische uitgangspunten - de meeste kansen biedt voor het inrichten van effectieve onderwijsprocessen. In zo’n krachtige leeromgeving wordt het leren georganiseerd, gebeurt het leren in samenwerking met anderen en zijn de te leren taken authentiek en op de realiteit/toekomst gericht.” Verwijzing visie op onderwijs.

Het onderwijsmodel is daarnaast gebaseerd op competentiegericht leren. Belangrijke leerbronnen voor de student zijn: werk-en hoorcolleges, workshops, trainingen, literatuur, symposia, experts, docenten en medestudenten. De praktijk is echter de belangrijkste leerbron binnen de opleiding. Hier komt de student de beroepstaken tegen in al hun complexiteit en kan hij laten zien dat hij competent is. In de praktijk is krijgt de student feedback op zijn beroepshandelen van werkers uit de praktijk en van de doelgroep zelf.

Van de student wordt verwacht dat deze een groeiende zelfsturing laat zien en verantwoordelijkheid neemt voor de eigen beroepsontwikkeling. Ten eerste omdat verantwoordelijkheid nemen en zelfsturing een positief effect hebben op de motivatie van studenten. Ten tweede omdat de samenleving en het werkveld voortdurend veranderen. Verwijzing studiehandleiding. Dat vraag om een professional die zich blijvend ontwikkelen. De opleiding ondersteunt en stimuleert dit met de aandacht in het programma voor o.a. reflectievaardigheden (meta-handelen).

Jaarlijks lopen tussen de 15 en 20 studenten een stage in het buitenland of in een uithoek van nederland, waardoor het voor hen niet mogelijk is om het terugkomonderwijs op de vrijdagen te volgen.Tijdens de stage werken studenten aan hun competentieontwikkeling middels ervaringen en door de opleiding ontwikkelde opdrachten. Enkele van deze (deel)opdrachten zijn aan het leren in het buitenland aangepast maar verder volgen de studenten grotendeels hetzelfde onderwijsprogramma als de studenten uit het terugkomonderwijs.

Een aantal leerbronnen is echter niet toegankelijk voor de student in het buitenland, waaronder de werk-en hoorcolleges, workshops, trainingen en symposia. Maar ook het face-to-face contact met studenten en docenten is vaak lastig. Hierdoor mist de student belangrijke leerelementen die onderdeel zijn van de verschillende leerbronnen.

In de evaluatie geven studenten aan een gemis te ervaren aan docentbegeleiding. Ook docenten en management geven aan niet tevreden te zijn over de praktijkstage in het buitenland. Omgekeerd kan de opleiding leren van deze situatie. Als een oplossing gevonden kan worden waarbij studenten weer met en van medestudenten kunnen leren en meer contact hebben met de docenten voor inhoudelijke en methodisch begeleiding, kortom, als de beperkingen van de afstand kunnen worden opgeheven kan de opleiding studenten een rijke leerervaring bieden op diverse locaties in de wereld.

In deze paper worden enkele belangrijke leerprincipes belicht die een onderbouwing vormen voor samen leren op afstand.

Wat ik nu nog mis: Wat trekt mij? Wat is mijn verbondenheid met het leerpsychologisch onderwerp? en Wat is de hefboom?

Theorie

Wat is het overkoepelend thema? En wat zijn de nauw verwante thema’s? Kies ik CSCL als hoofdonderwerp en bijvoorbeeld CESILE (en KF) en … als nauw verwanten, dan ben ik volgens mij echt té didactisch bezig.

Ik kan ook kiezen om Samenwerkend leren als hoofonderwerp uit te werken en Situated learning (COP) en bijvoorbeeld computergebaseerde leeromgevingen als nauwverwante onderwerpen. Ze staan alle drie uitgewerkt bij het thema Constructivisme in Valcke. Maar dan nog, vraag ik me nog steeds af hoe ik op hoofdlijnen kan blijven (leerpsychologische thema's) in plaats van de onderwijsconcepten/instructieaanpakken uit te werken.

Hmmm, maar ook in het voorbeeld vanuit MLI lijkt het te gaan om nauwverwante onderwijsconcepten:

"(voorbeeld: onderwerp is communities of practice, verwante onderwerpen kunnen zijn: professionele leergemeenschap; leernetwerken; kenniskringen)"

Vanuit de onderwijsvisie van de opleiding is het voor de hand liggend om samenwerkend leren (groepswerk) te behandelen. Valcke haalt de overduidelijke bewijzen aan van de positieve effecten van samenwerkend leren (Valcke, blz 278). Het gaat om de positieve impact op: kennisconstructie, een positieve motivatie en leerhouding, het ontwikkelen van sociale vaardigheden en het ontwikkelen van metacognitie. Het dient als de onderlegger voor de beschreven situatie van het afstandsleren. Het computer supported collabarative learning is een methode om samenwerkend leren op te zetten.

Andere lijnen die goed passen: Een toelichting op het sociaal constructivisme met Vygotsky (Leren is een sociaal proces/zone van naaste ontwikkeling), Bruner, Piaget en Dewey. Situated Learning (COP): Lave & Wenger

CSILE: Bereiter/Scardamalia (waarom staat dit niet in Valcke?????? net als Illeris overigens). Ik denk dat dit te veel een didactische uitwerking is… net als PI en CSCL (het ondersteunen en begleiden van het leerproces met behulp van computer). Maar wat is de status hiervan? De houdbaarheidsdatum? Zijn er al nieuwere opvattingen?

En dan zijn er nog andere interessante theoriën:

  • Feedback: Hattie & Timperley en de rol van Peer's
  • Reflectie: Korthagen
  • Reflective practitioner
  • Ecologie/logische niveaus: Bateson (maar wat is het verband :( )
  • 3 metaforen: Hakkarainen, Paavola, (sluit erg aan bij mijn opvattingen, maar hoe past dit?)
  • Trialogisch leren als didactische verwerking van de 3 metaforen?
  • Ruimte/Ba’s: Nonaka & Takeuchi (interessant, welke rol spelen de ruimtes bij leren op afstand?)
  • En waar hoort netwerkleren?

Andere vragen/gedachten: transfer en authentieke situatie en conceptuele conflicten/arousel...

Het verband tussen al deze lijnen?

Hoe kies ik een hoofdconcept en de twee nauwe verwanten?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen